X

Een interview met Freek Mariën
Espresso – Klara

Propaganda, fake news, complottheorieën en discriminatie; het is iets van alle tijden. Giet daar een sausje over met maatschappijkritiek en een gezonde dosis humor en je krijgt KAMP, in hoofdletters. De nieuwe voorstelling van theater arsenaal en Het Kwartier. Die voorstelling gaat vanavond in première. Op scène staan zes spelers die een verhaal tot leven brengen over de schoonheid en de gevaren van verhalen vertellen. En de brandend actuele tekst is van Freek Mariën, die samen met regisseur Carl von Winckelmann artistiek leider is van dat theatergezelschap Het Kwartier in Mechelen.

 

Waarover gaat KAMP?

F: Beeld u in dat er een land is dat van bepaalde mensen af wil om welke reden dan ook. En die ongewensten een plek beloofd waar ze veilig kunnen gaan wonen, ergens ver weg, een ander land… Maar in tussentijd moeten ze naar een kamp. Nu zijn we zoveel jaar later. Ze zitten nog altijd in het kamp. Er komen vragen. En er komt een regisseur toe om in het kamp te filmen hoe mooi het leven daar wel niet is. Dat is het startpunt van KAMP. De regisseur die toekomt en al wat dat in gang zet.

 

Het is niet eens moeilijk om je dat voor te stellen want zo’n dingen bestaan ondertussen echt. Het is een voorstelling die ook een zwaar onderwerp behandelt. Hoe brengen jullie daar dan toch lichtheid in? 

F: Ik geloof wel dat lichtheid en humor nodig zijn om dat je anders als toeschouwer ook een afstand inneemt. En eigenlijk wil je net je toeschouwer heel dichtbij, om ook zoals een bokser beter te kunnen raken. Maar voor ons zat dat naast de tekst vooral in de spelers keuze. We zijn voor spelers gegaan die allemaal heel veel lichtheid in zich hebben, maar wel die zwaarte kunnen pakken: Tine Embrechts, Robbert Vervloet, Astrid Cox, Tania Van der Sanden, Jeroen Van der Ven en Zouzou Ben Chikha. Dat zijn allemaal spelers die zoveel humor en lichtheid in zich hebben. Geef hen de zwaarste tekst en die gaan nog de lichtpuntjes vinden. En dat is ook wat mensen doen in erbarmelijke situaties of kunnen doen, net die lichtpuntjes vinden. En dat klopt voor ons,

 

Dat is ook wat je nodig hebt om de dingen draaglijk te houden.
Klopt het dat ze nog nooit samen hebben gespeeld? 

F: Neen, hier en daar is er een duo elkaar wel al tegengekomen op de vloer. Maar het is een hele nieuwe mix mensen die hele andere manieren van werken gewoon zijn. Maar dat maakt het nu wel boeiend om samen op een scène te staan.

 

Jij hebt de tekst geschreven. Hoe is die tot stand gekomen? 

F: Die is tot stand gekomen naar aanleiding van iets dat ik las in een boek over Theresienstadt. Daar is ooit een inspectie van Het Rode Kruis gekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Waarbij ze één, ervoor hadden gezorgd dat er veel minder gevangen waren en twee, er waren moestuintjes, en een café, je kon badmintonnen… Het was een heel idyllisch tafereel. En dat heeft zo goed gepakt dat ze achteraf ook een documentaire zijn gaan draaien. Waar de hele ploeg achteraf ook op de trein is gezet.

En dan botsten we erop dat dat niet alleen toen is gebeurd. Carl von Winckelmann, die regisseert, zijn vader heeft in een Jappenkamp gezeten en hij kwam ook met beelden uit kampen daar. En je ziet het nu ook in de Verenigde Staten met de ICE-agents. Dat iedereen het narratief probeert te controleren. En daar worden valse beelden voor ingezet die tegenover echte beelden komen te staan en dat is een strijd om de waarheid met verhalen.

 

Welke boodschap of welk inzicht hopen jullie geven aan het publiek?

F: Het is niet één helder inzicht maar eerder een vraag. De centrale vraag bij het schrijven en maken was voor mij: Weet je wel waarin je meespeelt? Op scène krijg je bewoners in een kamp die gaan meespelen in een propagandafilm. Dat is een heel letterlijke. Maar eigenlijk is het ook voor ons, voor iedereen een vraag. Weten we wel in welk verhaal we meespelen? Waar we aan meedoen? Willen we het wel weten? Wat doen we om sommige kennis weg te duwen, om het niet te willen zien, om het niet aan te gaan? Die vraag is eigenlijk een heel geladen vraag. En ik hoop dat die mensen aan het denken zet over welke verhalen ze voor zichzelf consumeren om te kunnen leven en welke ficties zij niet willen zien en in welke dingen ze blijven meespelen.

 

 

Donderdag 29 januari
Katelijne Boon in gesprek met Freek Mariën

 

 

X