Een interview met Freek Mariën over Derwazeens
delen en doorgeven
Het Kwartier stelt zich de vraag hoe het aan de slag kan gaan met het eigen repertoire.
Kan eenzelfde tekst een heel andere voorstelling opleveren?
Freek Mariën schreef de tekst in 2009 en deze wordt nu doorgegeven aan een nieuwe generatie makers/spelers.
Een interview met Freek Mariën over dit delen en doorgeven van Derwazeens.
Hoe voelt het voor jou om het repertoire door te geven aan nieuwe stemmen. Zij staan nu, net zoals jij toen, aan het begin van hun verdere makerschap?
Freek: Toen ik Derwazeens schreef, was ik nog drama aan het studeren aan het KASK in Gent. Die voorstelling is groter geworden dan ik had kunnen denken en had ineens een hele tournee. Dat startpunt is ook iets dat nu meespeelt om het aan nieuwe stemmen te geven. Omdat ik nieuwsgierig ben naar wat Esther (Van Der Wel), Toon (Acke) en Milan (van Bortel) ermee doen. Ook dat idee van repertoire, dat je een tekst kan hebben en dat die in het hoofd van andere mensen zowel hetzelfde als iets heel anders kan worden. Een nieuwe wereld kan zijn en ook, we zijn meer dan 15 jaar later, de wereld is veranderd, en dus wat die tekst kan betekenen en wat je ermee kan doen is ook veranderd.
De voorstelling gaat over troost herkenbaar maken in een wereld van 6-jarigen. Hoe was voor jou en hoe kijk je hier nu 15 jaar later naar?
F: Toen ik Derwazeens zat te schrijven had ik een soort ondertitel in mijn hoofd die nooit is gebruikt, maar dat was “De zakdoek die verbeelding heet.” en daar gaat het voor mij ook over hoe verhalen kunnen troosten en u recht kunnen houden. Dat merkte ik ook toen we de voorstelling speelden dat dat ook is wat het voor een publiek kan doen. Toen schreef en speelde ik heel hard vanuit hoe ik was en me mijn kindertijd herinnerde. Nu ben ik zelf vader en heb ik zelf kinderen rondlopen en dat verandert toch dingen. Ik merk bij mijn dochter dat als er iets groot gebeurt in het leven dat ze dat gemakkelijk verwerkt door het na te spelen. Om zo de dingen vatbaar te maken.
Hoe ben je aan de tekst beginnen schrijven? Waren er bepaalde methodieken voor jezelf of was het een heel vrij schrijven om de tekst toegankelijk te maken voor zowel 6-jarigen als volwassenen?
F: Het schrijven van de tekst voelde voor mij heel hard als spelen op papier. Zowel via de woordspelletjes als de ritmiek. Het plezier van het verzinnen, waar het in de voorstelling ook over gaat, zit heel hard in de tekst en het schrijven zelf. Zo kan er heel lichtvoetig worden gespeeld rond een zwaar thema. De muzikaliteit zit ook heel hard in de taal. Het zat er al als zaadje in en wordt er nu heel hard uitgehaald door Esther, Milan en Toon. Zij laten het muzikale ook echt ontkiemen en volop ruimte innemen.